Het gebruik van de werkwoordstijden
Het gebruik van de presente (tegenwoordige tijd)
Over het algemeen is het gebruik als in het Nederlands.
Soms wordt de presente in vragende zinnen gebruikt, waar het Nederlands de werkwoorden 'zullen' of 'moeten' gebruikt.
Verder wordt evenals in het Nederlands vooral in de omgangstaal de presente gebruikt in plaats van de futuro.
Het gebruik van de imperfecto (verleden tijd, type 1)
De imperfecto wordt gebruikt:
- bij beschrijvingen van personen, voorwerpen, landschappen, situaties, enz.
- bij gelijktijdige handelingen of toestanden, waar enig voortduren in te bespeuren valt
- bij de aanduiding van een gewoonte of herhaling
- wanneer een situatie of een toestand onderbroken wordt door een handeling. Vaak worden dergelijke zinnen ingeleid met 'toen'. De handeling die deze situatie onderbreekt, komt dan altijd in de pretérito definido te staan.
Het gebruik van de pretérito definido (verleden tijd, type 2)
De pretérito definido wordt gebruikt:
- bij een plotselinge handeling of gebeurtenis
- bij een volkomen afgesloten handeling of gebeurtenis in het verleden (vaak vergezeld van een tijdsaanduiding)
- bij het begin of het einde van een handeling
- bij opeenvolgende handelingen
Het gebruik van de futuro (toekomende tijd)
Deze tijd wordt in de eerste plaats gebruikt om een toekomstige handeling of toestand aan te geven.
Verder wordt de futuro gebruikt om een veronderstelling of mogelijkheid aan te geven, ook
daar waar in het Nederlands vaak de voorwaardelijke wijs wordt gebruikt. Dit is vooral bij vraagzinnen.
Een enkele maal heeft de futuro ook wel het karakter van een bevel.
Het gebruik van de condicional (voorwaardelijke wijs)
Het gebruik van de voorwaardelijke wijs komt in grote lijnen overeen met dat in het Nederlands (zou/zouden + infinitief).
Het gebruik van de presente perfecto (voltooid tegenwoordige tijd)
Deze tijd wordt gebruikt om een verleden feit of handeling aan te duiden, waarvan de werkingssfeer nog in het heden wordt gevoeld.
De nadruk ligt bij de presente perfecto dus niet zozeer op het feit zelf - daarvoor kan men dan beter de pretérito definido gebruiken -
maar op het feit dat het gebeuren van tóen nog in het heden waarneembaar is of gevoeld kan worden.
Dit is een samengestelde tijd: haber (in tegenwoordige tijd) + voltooid deelwoord.
Het gebruik van de pluscuamperfecto
Het gebruik van deze tijd levert niet veel moeilijkheden op en
wordt op dezelfde wijze gebruikt als in het Nederlands (had/hadden + voltooid deelwoord).
Dit is een samengestelde tijd: haber (in verleden tijd) + voltooid deelwoord.
Het gebruik van de pretérito anterior
Deze tijd wordt vrij zelden gebruikt.
Alleen wanneer in het Spaans een zin begint met apenas / no bien (= nauwelijks), así que (= zodra), tan pronto como (= zo spoedig mogelijk), después que (= nadat).
Het gebruik van futuro perfecto (voltooid toekomende tijd) en condicional perfecto (voltooid voorwaardelijke wijs)
De futuro perfecto en condicional
komen in hun toepassing in het Spaans vrijwel overeen met het Nederlands, respectievelijk:
voltooid tegenwoordig toekomende tijd (zal/zult/zullen + hebben + voltooid deelwoord) en
voltooid verleden toekomende tijd (zou/zouden + hebben + voltooid deelwoord).
Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen
met Simon van Dreumel
Het laatst gewijzigd op 9 november 2002