Het regelmatige werkwoord

Vervoeging

Afhankelijk van de uitgang bestaan er in het Spaans drie vervoegingen:

  1. die van de werkwoorden op -ar, bijv. trabajar (= 'werken')
  2. die van de werkwoorden op -er, bijv. beber (= 'drinken')
  3. die van de werkwoorden op -ir, bijv. vivir (= 'wonen')

 

Onvoltooid tegenwoordige tijd

trabajar beber vivir
1e pers. enkelv. trabajo bebo vivo
2e pers. enkelv. trabajas bebes vives
3e pers. enkelv. trabaja bebe vive
1e pers. meerv. trabajamos bebemos vivimos
2e pers. meerv. trabajáis bebéis vivís
3e pers. meerv. trabajan beben viven

 


  E-mail

Voor opmerkingen of vragen over deze pagina kunt u contact opnemen met Simon van Dreumel
Het laatst gewijzigd op 9 juni 2002