Persoonlijke voornaamwoorden

Als onderwerp:

eu ik
tu jij [P.]
você jij [Br.];   u [P.]
o senhor u (mannelijk)
a senhora u (vrouwelijk)
ele hij
ela zij
a gente wij [informeel]
nós wij
vós jullie [zeer formeel]
vocês jullie
os senhores u (mannelijk meervoud en mannelijk/vrouwelijk meervoud)
as senhoras u (vrouwelijk meervoud)
eles zij (mannelijk meervoud en mannelijk/vrouwelijk meervoud)
elas zij (vrouwelijk meervoud)

 


Als lijdend voorwerp:

me mij
te jou [P.]
o, a (lo, la * / no, na **) jou [Br.], u, hem, haar
nos ons
os, as (los, las * / nos, nas **) jullie; hen

De voornaamwoorden o, os, a, as worden aangepast:

  1. * Bij r, z, s op het eind van het werkwoord: lo, la, los, las
    Als het werkwoord eindigt op deze letters dan valt de laatste letter weg en komt er een l voor het voornaamwoord te staan. Bij werkwoorden die eindigen op r en z komt het accent op de laatste lettergreep van het werkwoord te liggen (a wordt á en e/o wordt ê/ô).

  2. ** Bij -m of tilde (~) op het eind van het werkwoord: no, na, nos, nas

 


Als meewerkend voorwerp:

me (aan/voor) mij
te (aan/voor) jou [P.]
lhe (aan/voor) jou [Br.], u, hem, haar
nos (aan/voor) ons
lhes (aan/voor) jullie;   hun, aan/voor hen

 


Na een voorzetsel:

mim ... mij
ti ... jou [P.]
(si), você, ele, ela ... ([P.]), jou [Br.], hem, haar
nós ... ons
(si), vocês, eles, elas ... ([P.]), jullie, hen

 

Samentrekking met voorzetsel com

comigo met mij
contigo met jou [P.]
consigo met u, hem/haar/hen [P.]
connosco met ons [P.]
conosco met ons [Br.]
convosco met jullie



Deze webpagina is gemaakt door Simon van Dreumel en het laatst gewijzigd op 7 februari 2004